Red Centre

Red Centre

Onze safari in de outback is een beetje een onderbreking van de rest van onze reis aan de oostkust van Australië, maar dan wel een met een totaal ander landschap, cultuur, fauna en flora. Na onze vlucht naar Ayers Rock worden we opgehaald door onze outback ranger Jason, die ons naar het eerste kamp brengt. Daar vinden we ook de overige personen die deze safari geboekt hadden, we blijken met 8 te zijn, wat goed meevalt. Aangezien we de eerste dag in de namiddag toekomen, staat er niet veel meer op het programma. We worden in het kamp rondgeleid en hebben samen avondeten, vooraleer we vroeg gaan slapen. De dag erna moeten we er namelijk uit om 5u, want we gaan Ayers Rock (wat eigenlijk alleen de westerse naam is; de Aboriginal naam is Uluru) bij zonsopgang bekijken. Uluru is een enorm grote rots die uit 1 deel bestaat, en ontstaan is door aardverschuivingen waardoor 1 van de platen op de breuklijn omhoog is gekomen. Volgens de Aboriginals is het een heilige plaats, en overal wordt er dan ook afgeraden om erop te klimmen. Niet alleen is dat een belediging voor de Aboriginals, maar ook is het een erg steile beklimming (en vooral afdaling!) en vallen er jaarlijks slachtoffers door uitdroging en andere ongelukken. Aangezien die slachtoffers op zo’n heilige plaats zijn omgekomen, moeten de Aboriginals een soort van ceremonie houden (genaamd sorry business), wat onder meer zelfpijniging inhoudt. We worden door de gids afgeraden om de berg te beklimmen en houden ons daar graag aan 🙂

Nadien gaan we naar het Cultureel Centrum van het natuurpark waarin Uluru en Kata Tjuta zich bevinden. We leren er veel bij over de erg complexe cultuur van de Aboriginals en ook over de verscheidenheid aan planten en dieren die zich in de outback bevinden. De Aboriginals kunnen overleven en samen leven in wat eigenlijk alleen kan beschreven worden als een woestijnlandschap. Daarbij maken ze veel gebruik van planten en de natuur voor eten, geneesmiddelen, wapens en herkenningspunten. Ze gebruiken duizenden zogenaamde storylines die ze van generatie op generatie doorgeven; die alles beschrijven wat je moet weten als Aboriginal: routes doorheen het land, informatie over planten en dieren, de wet die de aboriginals aanhouden, ceremonies, … Je voelt dat ze heel erg dicht bij de natuur leven, maar tegelijkertijd zijn ze erg beschermend voor hun eigen cultuur. Over veel zaken zoals religie wordt niet gesproken tegenover de “whitefellow” (wij dus).

Deze nacht is de eerste nacht dat we in een tentenkamp slapen. De tenten zijn redelijk basic, maar met alles wat we nodig hebben. Alleen zijn de bedden nogal klein voor mij 🙂

De volgende dag bezoeken we Kata Tjuta, opnieuw een heilige plaats voor de Aboriginals. Deze berg is helemaal anders van gesteente dan Uluru, veel minder poreus maar ook helemaal anders van vorm. We doen een wandeling rond de rotsformaties over het enorm rode zand. De reden dat de berg en het zand zo rood is, is door de hoeveelheid ijzer in de grond. Dat ijzer oxideert door aanraking met de lucht en dat resulteert in de dieprode kleur. De natuur is opnieuw prachtig en doordat we redelijk vroeg vertrokken zijn, is het ook nog niet te warm. In de namiddag rijden we door naar Kings Canyon.

Kings Canyon is de eerste plaats waar er ook echt water aanwezig is. Het heeft redelijk wat weg van de Amerikaanse Bryce Canyon, met heel veel uitgesleten rotsformaties. Aangezien dit deel van Australië vroeger nog oceaan is geweest, vinden we hier ook nog afdrukken van fossielen terug. Ook zijn er rimpels in de grond aanwezig, wat duidt op het water wat er ooit nog is geweest. De oceaan is toen teruggetrokken, maar de sporen zijn nog duidelijk merkbaar. Hier krijgen we veel uitleg over de planten die de Aboriginals (of de indigenous people) gebruiken, zij geven dit de algemene naam Bush Tucker. We staan stil bij een bepaalde plant die geen enkele relatie heeft tot een andere familie van planten en die wetenschappers eigenlijk niet kunnen thuis brengen. De plant bloeit maar 1 keer elke 57 jaar, en doet de bevruchting door een ingenieus systeem waarbij de noot van het mannetje (ja, deze plant heeft een mannelijke en vrouwelijke versie!) door een combinatie van cyanide en een chemisch proces opgewarmd wordt zodat de noot 15 graden warmer wordt. 1 bepaald beestje die altijd op die noot komt zitten vindt het vervolgens te warm, loopt naar de plant ernaast (wat blijkbaar bijna altijd een vrouwtje blijkt te zijn) en bevrucht zo de andere plant. Nadien koelt de noot van het mannetje weer af. Het klinkt raar en dat is het volgens mij ook, er wordt vermoed door sommige wetenschappers dat dit een plant van buitenaardse origine is, ook omdat deze plant alleen maar groeit in de buurt van een krater van een meteoriet die ooit op aarde is ingeslaan. Vreemd verhaal 🙂

Kings Canyon geeft ons de mooiste uitzichten die we al gehad hebben in de outback, ook omdat we de canyon echt in kunnen en beklimmen.

Die avond vind ik de eerste keer 1 van de minder aangename bewoners van Australië onder mijn bed, namelijk de redback spider. Dit is een spinnetje met een hoeveelheid gif die gemakkelijk iemand kan doden, ook al zijn er de afgelopen 50 jaar maar heel weinig mensen overleden door de beschikbaarheid van een goed tegengif. Toch is het niet echt leuk om dit onder je bed te vinden 🙂 De laatste dag krijgen we nog een rondleiding door iemand die blijkbaar half Aboriginal is, bezoeken we ook nog enkele mooie plaatsen en rijden we richting Alice Springs, waar ons hotel is.